Bestuurder niet aansprakelijk voor naheffingsaanslagen

Bestuurder holding niet aansprakelijk voor naheffingsaanslagen fiscus dochter cq werkmaatschappij

Uitspraak over bestuurdersaansprakelijkheid in de invorderingssfeer. Eiser was vanaf april 1995 bestuurder van een holding die volgens het handelsregister vanaf 1 juli 2007 tot en met 31 december 2007 bestuurder was van een werkmaatschappij. Vanaf april 2007 heeft de werkmaatschappij aangiften loonheffing ingediend onder een niet meer functioneel loonheffingennummer, zodat de aangiften binnen de Belastingdienst niet verwerkbaar waren. Op 14 augustus 2008 heeft verweerder de werkmaatschappij uitgenodigd tot het (opnieuw) indienen van de aangiften loonheffing voor de tijdvakken vanaf 1 april 2007 tot en met 31 december 2008.

De werkmaatschappij heeft daaraan gevolg gegeven en op basis daarvan heeft verweerder naheffingsaanslagen opgelegd. De naheffingsaanslagen bleven onbetaald en op 27 januari 2009 heeft de werkmaatschappij een melding van betalingsonmacht gedaan. Uiteindelijk is eiser aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven loonheffing over de tijdvakken 1 april tot en met 31 december 2007. In geschil is of dit terecht is.

De rechtbank acht aannemelijk dat eiser gedurende de periode dat hij stond ingeschreven als (middellijk) bestuurder van de werkmaatschappij feitelijk niet als zodanig functioneerde en gedurende de periode 1 juli 2007 tot en met 31 december 2007 daarom geen bestuurder was in de zin van artikel 36, eerste lid, van de Invorderingswet 1990.

De bestuurder is dus ten onrechte aansprakelijk gesteld voor de in die periode verschuldigd geworden belasting. Beroep gegrond. LJN: BP8358, Rechtbank ‘s-Gravenhage, AWB 10/4119 AANSPR

[Bron: www.juridischdagblad.nl]